Lawinepieper test

DAV lawinepieper test

De onderzoeksafdeling van de Duitse Alpen Vereniging heeft de nieuwe lawinepiepers van dit seizoen getest. Ook de oudere apparatuur werd geherwaardeerd, aangezien er sprake was van software-updates en tevens omdat de testcriteria werden geherformuleerd.

Deze winter is van veel fabrikanten een uitgeklede versie van het topapparaat in het midden van het prijssegment verschenen. Hiermee doen zij veel wintersporters een plezier, aangezien de nieuwe avalanche transceivers een overzichtelijker menu hebben en minder complex zijn.

Ongeacht de verschillende technische kwaliteiten (aantal antennes en gegevensanalyse) heeft het DAV-veiligheidsonderzoek alle lawinepiepers beoordeeld op basis van uit de praktijk relevant gebleken criteria. Daarnaast worden de piepers getest aan de hand van zoekfases van de Internationale Commissie voor Alpine Reddingsdiensten (IKAR)—signaal zoeken, globaal zoeken en de extra functie die ontworpen is voor het lokaliseren van meerdere slachtoffers. Het fijnzoeken werd uitgesloten van de test, omdat deze zoekfase niet de lawinepieper betreft.

De weging van de afzonderlijke testcriteria is een belangrijke factor, die in de vergelijking meegenomen zal worden. In de overzichtstabel zijn de prioriteiten van elk van de bovenstaande criteria geordend op: hoog, gemiddeld en ondergeschikt.

Dat gezegd hebbende, heeft iedere lawinepieper voor- en nadelen en kan deze slechts zo goed zijn als degene die hem gebruikt! Bovendien is er nog niet zoiets als de perfecte avalanche transceiver! Hoe de apparaten zich in de praktijk bewezen hebben, wordt getoond in het testrapport en aan de hand van de waardering in de overzichtstabel.

Testcriteria

Het vinden van een lawine slachtoffer kent een aantal stappen:

  • Signaal zoeken
  • Globaal zoeken
  • Fijnzoeken / pinpointing

Deze functies worden achtereenvolgens besproken, vervolgens is er aandacht voor situaties met meerdere lawine slachtoffers.

 

Signaal zoeken

Het bereik speelt een grote rol bij het zoeken naar de eerste ontvangst. In het algemeen kan de afstand verdeeld worden in drie assen: X antenne-, Y antenne- en Z antennerichting. In de test worden alle drie de bereiken bepaald (Fig. 1).

Reikwijdte in 3 richtingen van de Lawinepieper

Figuur 1 reikwijdte vaststellen in de drie assen

In de vergelijkingstabel is het gemiddelde genomen van de drie reikwijdtes. Deze waarde is beoordeeld.

Helaas was er sprake van een devaluatie van diverse apparaten (Pieps Freeride, Tracker DTS, Ortovox Patroller Digital), omdat deze op één van de assen een problematisch laag bereik vertoonden, en bij ongunstige positionering niet eens afdoende waren bij een zoekband-breedte van 20 meter. Vooral de Pieps Freeride kan onder bepaalde omstandigheden vanwege het feit dat hij maar één antenne heeft al weigeren bij een dergelijke zoekband-breedte.

Met zoekband-breedte (search strip width, Suchstreiferbreite) bedoelen we de het bereik van de lawinepieper. In het geval van de Mammut Barryvox Pulse is deze zoekband-breedte 50 meter omdat het apparaat naar beide zijden een signaal op een afstand van 25m nog detecteert.

In de praktijk gaat  het vrijwel altijd om een combinatie van de drie reikwijdtes, omdat de zoekers over het lawineveld bewegen en zijn positie in verhouding tot de zender dus verandert. Wij hebben daarom ook een zogenaamde test voor de “Useful Range” uitgevoerd. Hierbij wordt bepaald op welke zoekband-breedte een verticaal begraven zender nog ontvangen kan worden.

Houd er rekening mee dat de ondergrond hier een belangrijke rol in speelt. Wordt een dergelijke test bijvoorbeeld op een gletsjer gedaan, dan moet een deel van de veldlijn door het ijs ontvangen worden. Water vermindert het zendbereik in dit geval met ongeveer 30%.

Over het algemeen moet de reikwijdte niet worden overschat. Voorzichtigheid is geboden in relatie tot de cijfers die sommige fabrikanten opgeven over de zoekband-breedte! In het bijzonder omdat sommige apparaten duidelijke zwaktes vertonen in de Y- of Z-richting, waardoor hun reikwijdte in de Direktverfolgungsmodus bij meerdere slachtoffers nog verder afneemt.

Men kan zich het beste houden aan de door de DAV aanbevolen zoekband-breedte van 20 meter. Aangezien het fataal is wanneer een slachtoffer bij het signaal zoeken over het hoofd gezien wordt.

Uiteindelijk is een betrouwbare indicatie van de juiste richting op de plaats van eerste ontvangst voor de gebruiker een betere ondersteuning om onder stress snel bij het slachtoffer te komen, dan een grote reikwijdte en onduidelijkheid over de juiste richting bij eerste ontvangst.

 

Globaal zoeken

Deze zoekfase begint na de eerste ontvangst en eindigt wanneer men zich (volgens het display) op 5 meter afstand van het slachtoffer bevindt. De DAV-tests hebben aangetoond dat met uitzondering van de Pieps Freeride alle geteste apparaten op een afstand van 20-25 meter goede tot zeer goede prestaties leveren.

Er zijn vooral problemen in de fase kort na de eerste ontvangst, daarom is ervoor gekozen daar het zwaartepunt van het testoordeel te leggen. In deze fase is een duidelijk stabiele en eenduidige richtingsindicatie het belangrijkste. Sommige apparaten vertoonden hier duidelijke zwaktes. In de test wordt de traceerbaarheid van het zendsignaal langs de veldlijn van de horizontale en de verticale zendantenne geëvalueerd (Fig. 2).

Lawine veiligheid: globaal zoeken

 

Figuur 2 Globaal zoeken: benadering van een horizontale en een verticale zender vanaf het punt van eerste ontvangst.

Testcriteria

  • Is de manier van benaderen van “afgelegen gebied” (na het eerste sein) effectief?
  • Is het niet te tijdrovend wanneer de verkeerde richting op wordt gegaan?
  • Raakt het eerste signaal niet verloren?
  • Kloppen de afstandswaarden of brengen zij je op een dwaalspoor?
  • Verspringt de opgegeven afstandswaarde op onrealistische wijze, bijvoorbeeld van 17 naar 6 meter?
  • Wordt akoestisch dezelfde informatie gegeven als optisch?
  • Is de weergave van de richtings- en afstandswaarde stabiel wanneer het apparaat bewogen wordt?

De uitgebreide observaties en beoordelingen leiden tot de totaalbeoordeling in de tabel.

Fijnzoeken

Hier wordt in twee scenario’s (ingraafdiepte 50 cm met horizontale zender en ingraafdiepte 2,5 m met verticale zender, zie figuur 3) aan de hand van de volgende criteria geëvalueerd:

  • Wordt de overgang van de globaal naar fijnzoeken juist aangegeven?
  • Worden onjuiste afstanden doorgegeven bij signaalkruising?
  • Zijn er misleidende richtingspijlen?
  • Wordt snel de juiste afstandswaarde getoond wanneer het apparaat bewogen wordt?
  • Beïnvloedt het draaien van het apparaat de weergegeven waarden?
  • Werkt de akoestische ondersteuning naar behoren

Lawine veiligheid: Test Fijnzoeken

Figuur 3 Fijnzoekenvaststellen van het ligpunt op geringe en grote diepte met horizontale en verticale zenderpositie.

Attentie

Tijdens deze zoekfase worden de meeste fouten begaan en de meeste tijd verloren. De meest voorkomende fouten zijn, dat het apparaat te snel bewogen wordt en dat bij de eerste veldlijn bij signaalkruising niet ver genoeg gegaan wordt en men door blijft zoeken. Vooral hier moet iedere zoeker zich precies op de optimale werksnelheid van het gebruikte apparaat afstellen. Training is hierbij bijzonder belangrijk!

 

Meerdere slachtoffers

Deze zoekfase is de meest complexe beoordelingscategorie in de test. Om te beginnen werd er gekeken of een apparaat de mogelijkheid van meerdere slachtoffers überhaupt erkent en of belangrijke informatie hieromtrent (aantal ontvangen signalen, afstand, richting) correct aan de gebruiker doorgegeven wordt. Verder werden de apparaten in een testscenario vergeleken op het gebied van technisch oplossingsvermogen en functionaliteit tijdens een reddingsactie van meerdere slachtoffers (Fig. 5).

 

De volgende zaken werden beoordeeld met betrekking tot het zoeken van meerdere personen:

  • Of het onderdrukken van een reeds gevonden zender stabiel en handig functioneert.
  • Of onderdrukte zenders toch weer onrechtmatig gedetecteerd worden.
  • Of alle afzonderlijke zenders herkend worden
  • Hoe snel en betrouwbaar de lawinepieper in deze situatie functioneert.

Lawine veiligheid: meerdere slachtoffers

Figuur 5 Signaalpositie bij meerdere slachtoffers (links), aanpak drie cirkel methode (rechts)

Over het geheel genomen is het oplossen van een complexe situatie met meerdere slachtoffers zeker de grootste technische uitdaging voor een lawinepieper. De functie mag echter niet overschat worden, want uit het DAV-veiligheidsonderzoek blijkt dat een dergelijke situatie zelden voorkomt (in ongeveer 3% van de ongevallen).

Bovendien kan in deze gevallen een strategie als de drie cirkels methode (Fig. 5) of de micro zoekband-methode toereikend zijn. Hierbij is het belangrijk dat een apparaat accurate informatie over de gehele situatie levert, zodat door de gebruiker tot de juiste handelswijze overgegaan kan worden.

Wij geloven dat naast de informatie over de gehele situatie, de eerste toenadering (globaal zoeken) en in het bijzonder het gedrag bij fijnzoeken de belangrijkste kenmerken zijn van een avalanche transceiver. Een basisvereiste is uiteraard dat een lawinepieper stabiel en snel werkt.

Opvallend is dat alle apparaten in complexe situaties met meerdere slachtoffers zwaktes vertoonden. Zo erkenden de apparaten van Ortovox, Mammut en Arva geldig na het onderdrukken van de eerste twee zenders soms de derde zender niet en lieten de testers opnieuw zoeken naar een signaal.

Hierbij werden de zenders soms zelfs op een afstand van 10 meter niet gedetecteerd. De piepers zien soms een duidelijk gemarkeerde zender in het voorbijgaan over het hoofd, zodat de weinig geoefende gebruiker in eerste instantie met zijn handen in het haar staat.

Met de tracker kunnen alleen ervaren gebruikers meerdere slachtoffers opsporen. Het alternatief is de iets omslachtigere drie cirkels methode.

 

Conclusie voor de praktijk

De drie-antenne-technologie is ondertussen de norm voor lawinepiepers. Omdat er zich bij drie antennes altijd wel één antenne op een gunstige locatie bevindt ten opzichte van de zender worden de nauwkeurigheid, duidelijkheid en snelheid van het fijnzoeken vergroot. De apparaten met maar één antenne, zoals de Freeride van Pieps of de F1 van Ortovox, hebben zowel bij het globaal als het fijnzoeken duidelijke nadelen en zijn daarom niet aan te raden.

Lawinepieper test Bergundsteige 2012

Testresultaten Bergundsteige 2012

De Mammut Element Barryvox en de Mammut Pulse Barryvox komen in deze onafhankelijke tests uitstekend te presteren. Deze producten zijn ondermeer te koop bij Bergsportwinkel.nl.